Nieuwe poging om mensen te binden: solliciteren via Twitter Op www.twilliciteer.nl kunnen kandidaten via een tweet solliciteren naar een nieuwe baan. Gelijk aan het reguliere sollicitatieproces is dat kandidaten zichzelf zo goed mogelijk moeten verkopen, anders is dat de kandidaat bij twilliciteren slechts 140 tekens kan gebruiken om zichzelf te profileren en een goede uitnodiging naar het CV te formuleren. Met de introductie van twilliciteer.nl speelt Neomax in op de trend dat het wervingsproces steeds meer verloopt via social media. Recruiter Ginny Klokke: ‘Je merkt dat een groot deel van onze doelgroep (IT’ers) te vinden is op sociale media. En met name Twitter is daarin nu heel erg groot. Iedereen die momenteel professioneel informatie vergaart op het web, zit op Twitter. Ook het wervingsproces vindt voor een groot deel plaats op Twitter, alleen het daadwerkelijke solliciteren ontbrak nog.’
140 tekens Een fatsoenlijke motivatie tikken in 140 tekens (korter dan een sms) is natuurlijk wel wat lastig. Maar een bezwaar is het volgens Klokke niet: ‘De manier waarop voorheen werd gesolliciteerd is achterhaald. Het gaat erom jezelf kort te kunnen presenteren, in een kleine pitch. Ik ben meer geïnteresseerd in het cv en verhaal van iemand dan in een brief.’ Een daadwerkelijke sollicitatie kan er dan als volgt uitzien: “Ik ben praktisch, creatief, goede luisteraar, en kan daarom snel reageren op problemen en goede uitleg geven”. Het bedrijf heeft de afgelopen twee maanden ervaring opgedaan met het twilliciteren, en het was al redelijk succesvol: ‘We hebben nu zo’n veertig nieuwe mensen aangenomen. We krijgen erg veel reacties.’
Snel schakelen Niet alleen voor sollicitanten, ook voor bedrijven is het twilliciteren erg handig: ‘We kunnen razendsnel schakelen. In plaats van een profiel schrijven, het op een duur jobboard te plaatsen en af te wachten, kunnen we een vacature nu razendsnel verspreiden. Op een baan voor een it-specialist, had ik laatst binnen één dag vijf goede kandidaten. De boodschap gaat gewoon erg snel op internet.’
Bron: P&O Actueel, april 2010
|
|
|
|